synesthesie

Existentialisme en communicatie
Communicatie en existentialisme zijn leidraden in het werk van Belgisch kunstenaar Glenn Van Acker. Beïnvloedt door figuren uit het verleden waaronder existentialisten, abstract expressionisten en surrealisten onderzoekt hij in zijn schilderijen en sculpturen het concept van communicatie als een gevoelsmatige overdracht van informatie.

Een eerste uitgangspunt in het werk van Van Acker is de existentiele, fundamentele eenzaamheid die de mens inherent met zich meedraagt en die bepalend is voor het communicatieproces. De isolatie waarin ieder individu zich bevindt, zowel lichamelijk als geestelijk, verplicht haar een afstand te overbruggen, een barriere te doorbreken voordat ze iets naar een andere persoon kan overbrengen. Een overbrugging, waarbij men bovendien op meerdere obstakels botst, waardoor de oorspronkelijke boodschap vertroebeld zal worden en steeds slechts in een afgezwakte echo zal aankomen. Deze vertroebeling heeft te maken met de interpretatie van de ontvanger, die afhankelijk is van talloze factoren, zoals zijn achtergrond, cultuur, de situatie, kennis, enz, maar wordt ook door het medium waarbinnen de communicatie gebeurd, bepaald. Binnen de kunsten zijn er verschillende media (taal, foto, video, sculptuur, schilderij), die elk een andere kwaliteit aan een bepaald idee kunnen geven maar die allen ook een beperking met zich meedragen. Deze beperking zal de overdracht, de communicatie bemoeilijken en mee de vertroebeling in de hand werken. Van Acker stelt dat de opkomst van deze media, ook als we historisch het ontstaan van taal en de boekdrukkunst bekijken, te verklaren is vanuit onze strijd om uit deze isolatie te ontsnappen.

Aangezien de overdracht van informatie een belangrijke functie van Kunst is, betekent dit dat ook de kunstenaar, die met zijn werk een bepaalde attitude of gedachte op de toeschouwer wil overbrengen, onderhevig zal zijn aan deze moeilijkheden binnen de communicatie. Zo zal de één werk uit zijn oevre bij iedere toeschouwer zich anders manifesteren en onderling steeds weer een van elkaar verschillend standpunt opleveren. Dit neemt niet weg dat de kunstenaar in dit communicatieproces een speciale positie bekleedt. Hij fungeert als een soort tussenstation, een schakel die meer met een bepaalde boodschap doet. Iemand die beelden van binnenuit of buitenaf opvangt, die deze in zichzelf verwerkt en via zijn creaties overdraagt aan de toeschouwer, die op haar beurt het kunstwerk zal interpreteren.

Bij dit interpreteren kan een bijkomend probleem onstaan als men bijvoorbeeld de notie concept erbij betrekt. Conceptuele werken kunnen, omwille van hun soms minimale uiterlijk of neutrale kenmerken, de toeschouwer in het onverschillige laten. Deze objectieve uitwerking op de ontvanger is niet altijd gewenst en vaak zal een tekst over een bepaald werk de toeschouwer hiertegen een uitweg bieden. Deze teksten kunnen de afstand tussen verzender en ontvanger overbruggen door een gevoelsmatige dimensie aan een concept te geven. Ook omgekeerd kan een tekst voor kunstenaars, die meer intuïtief te werk gaan zoals Jackson Pollock met zijn action painting, soelaas bieden. Het probleem bij deze werken ligt net in het feit dat ieder individu vanuit zijn gevoel het werk op een andere manier zal verwerken, waardoor een samenhang dreigt weg te vallen. Zijn teksten leggen tegen deze verspreide gevoelsmatigheid een concept uit achter de werken die voor een doorsnee toeschouwer niet meer dan een paar spetters en vlekken voorstellen, namelijk zijn expressie en invloeden van de Indiaanse cultuur. Ook Glenn Van Acker gaat zo van tekst gebruik maken om de dualiteiten concept en gevoel te verweven.

Synesthesie en iconische relaties
Van Acker ziet een overdracht vanuit de mentale wereld enkel mogelijk als alle zintuigen aangesproken en geprikkeld worden. Hij beschouwt de mentale wereld namelijk als de plaats waar al deze zintuigen samenkomen en steeds weer geconstrueerd worden. Binnen deze wereld is, door de verschuivende basis waarop ze rust, geen communicatie mogelijk, wat dan resulteert in de eenzaamheid van het individu, een beperking waar volgens Van Acker in context van de huidige technologie geen remedie tegen bestaat. Zijn werk probeert in deze kwestie een soort alternatieve weg te zijn door een synesthetische benadering. Hij gaat zich hierbij niet inlaten over de mogelijkheid van kunst om zich, omwille van haar vrijheid, voor talloze interpretaties open te stellen of ze juist te verdringen, zoals bij ‘Le vide’ van Yves Klein of ‘Carrier wave’ van Rober Barry het geval is. Van Acker wil via het mengen van zintuigen de mentale wereld reconstrueren, om zo concreet mogelijk met de toeschouwer te kunnen communiceren.
Deze manier van synesthetisch werken kent al enkele voorgangers. Sinds de moderniteit proberen kunstenaars zich via expressiviteit uitdrukken.Het symbolisme en representatie van de natuur maakten mede door de hegeliaanse stelling dat God dood is, plaats voor het metafysische en meer innerlijke reflecties. Zo worden Wasilly Kandinsky, Paul Klee en Arnold schoenberg als Synetheten beschouwd, omdat zij de schilderkunst als een muziekstuk benaderden. In de synesthesie, de trans-zintuigelijke waarneming, kunnen bijvoorbeeld toonhoogtes getransponeerd worden tot warme of koude kleuren, geuren en vormen. Door deze iconische relaties kunnen meerdere gevoelens en inzichten samengebracht worden in één medium. Daarom moeten schilderkunst en muziek, volgens Van Acker, op dezelfde hoogte geplaatst worden, zijn ze evenwaardig, zijn ze elkaar. Beiden hebben de potentie om het gevoel en het concept te dragen. Zo kan in de muziek het interval van twee tonen en een anderhalve toon al het verschil betekenen tussen het ervaren van een gelukkig of een ongelukkig gevoel. Van Acker probeert deze harmonische thematiek te associëren met kleuren, om zo het gevoel van een muzieknummer te produceren. Dit geïnspireerd op voorgangers, met name Schoenberg, die zowel in zijn muzikaal als beeldend werk een uitweg zocht uit de conventies en patronen die in de kunst- en muziekwereld aanwezig waren.

Net zoals bij elke communicatievorm zal ook bij synesthesie een zekere vorm van storing optreden. Synesthesie wordt namelijk vanaf de geboorte bepaald en aangeleerd en daardoor zullen talloze factoren de beleving van een persoon beïnvloeden en deze doen verschillen. Synethesie is dus evenmin universeel. Dit gegeven zien we goed als we naar de muzikale interpretaties in verschillende culturen onder de loep nemen. Een Tonale relatie, die in Westerse samenlevingen, harmonieus kan overkomen, kan in Oosterse samenlevingen net dissonant klinken, en omgekeerd. Van Acker leent er zich niet toe zo’n grote, algemene golven van smaak over te brengen maar creëert zijn eigen, persoonlijke taal via een eigen methode, die zowel pseudo-wetenschappelijk als gevoelsmatig is. Het onderzoek dat hij gaat voeren(1), behelst het plastisch omzetten van het gegeven van muziek via de synesteshie, waarbij voor een werk de onderzoeksmethode, die vertrekt vanuit de fysische realiteit, de extistentiele eenzaamheid waarin de mens zich bevind en de communicatieproblemen die ermee gepaard gaan, op de inhoud zal primeren. Elk werk zal daarom niet zozeer een rechtstreekse vertaling maar één van de mogelijke uitkomsten van het onderzoek zijn. Er is bovendien ook een duidelijk onderscheid tussen zijn schilderijen, waarin hij de synethetische functie van kleur en tonaliteit onderzoekt, en in zijn sculpturen, die de functie van vorm en progressie gaan beschouwen.

Dat Van Acker vanuit muziek vertrekt, komt door fascinatie voor de enorme rijkdom en complexiteit die dit medium bezit. Een muziekstuk draagt een boodschap die enorm veel facetten heeft. Er is de tijdsdimensie, die een gelijktijdigheid en gelaagdheid met zich meebrengt op beelden vlak. Het concept, een idee waarrond gewerkt wordt, en een expressie. De enige absolute waarde is het aspect van tonaliteit en kleuren, die ons door overeenkomsten uit de analyse van beeld en geluid gegeven wordt. Deze overeenkomsten, die vormelijk bepaald worden door het ritme van een bepaalde trigger, dienen als de basis van Van Ackers werk. Triggers zijn gevonden stukken informatie, die zowel toevallig als doelbewust tot de kunstenaar kwamen. Toevallige formatie in de ruis van een oude zwart-wit foto, de onduidelijkheden op foto’s van lage kwaliteit, muziekpartituren of zelfs de imperfectheden in de grondlaag op het schildersdoek zelf waardoor er een soort spontane zelf-expressie op het doek plaatsvindt, kunnen hierbij aangewend worden. Zij bepalen de tonaliteit en het ritme van het werk. Ook zijn sculpturen, waarin vorm en tactiliteit een belangrijke rol spelen, ontstaan uit de toevallige ontmoeting tussen verschillende materialen, die dan met elkaar zullen communiceren. Er ontstaan hierdoor objecten die een akkoord tussen verschillende materialen vormen en die, soms via improvisatie, in progressies gegroepeerd kunnen worden om zo nieuwe ontmoetingen uit te lokken. Om de energie van het werk op de toeschouwer te versterken, zal Van Acker het manuele erg hoog in het vaandel stellen en zich sterk met de ingreep in het materiaal bezig houden.

edit: Renaat Van Hove

informatie over het onderzoek en de werkmethodes

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Comments are closed.

Glenn Van Acker